Bar en boos

Je zou zeggen dat ik als een kind zo blij moet zijn dat het café weer open is. Na 11 weken droogstaan stroomt er weer bier door de leidingen. Ik heb weer een reden om naar de stad te gaan. Een paar schoenen kopen in het centrum is alleen leuk als je weet dat je daarna in een kroeg belandt. Bovendien heb ik veel vaker tapbier nodig dan schoenen. Ik heb niets tegen de schoenenbranche, maar wat mij betreft had die beter 11 weken op z’n gat kunnen liggen dan de horeca. Enfin, blij dus dat het café weer open is. Nou ja, tot op zekere hoogte. Het café is maar half open. Er mag maar een handjevol mensen naar binnen. En het terras is als treincoupés gecompartimenteerd. Ik zit met z’n tweeën als Waldorf en Statler van de Muppetshow in een loge naar voorbijtrekkend volk te kijken dat plots uit de coulissen komt en er net zo snel aan de andere kant weer in verdwijnt. Bovendien moet er niet een bekende langskomen, want het is verboden om bij een terrastafeltje stil te staan. Een bekende komt namelijk niet uit hetzelfde huishouden en staan op een terras is goed voor een bekeuring. Voor de horeca-exploitant is het openhouden van een café ronduit onrendabel. Nog los van de gerede kans dat hij een prent van 4 duizend euro krijgt omdat hij een niet te handhaven coronaregel aan z’n laars lapt.

Ik wil andere mensen tegenkomen en als me dat verboden wordt heb ik nog steeds niks te zoeken in de stad. Schoenen bestel ik wel online. Ik trek liever met een paar vrienden een fles wijn open in een achtertuin dan nieuwe schoenen aan. Ik wil niet medeverantwoordelijk zijn voor het naar de knoppen helpen van de horeca in Nederland. Maar op deze manier is er geen lol aan. Ik ben boos en teleurgesteld …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer
columns